In het vroege voorjaar potten we samen in 5 weekenden tijd zo’n 15.000 planten op. Deze jonge aardbeienplantjes plaatsen we in stellingen. Daar staan ze met hun voeten in een substraat van kokos en veen. We geven de jonge planten voeding en water via leidingen en beschermen ze met een regenkap tegen regen én zon.
En als ze dan beginnen te bloeien… dan is Sake pas echt in zijn element. Zorgvuldig hangen we de aardbeien stuk voor stuk vrij, zodat ze mooi kunnen groeien en de wind er goed doorheen kan.
Om plagen te voorkomen experimenteren we met afrikaantjes en alysum tussen de aardbeiplanten. Afrikaantjes trekken lieveheersbeestjes aan, die zich tegoed doen aan luis. En alysum is een waardplant voor orius. Deze roofmijten zetten we actief uit. Ze gaan voor ons aan het werk om trips – een plaaginsect – te bestrijden. Heel fijn, want we telen onze aardbeien graag zo puur mogelijk, liefst zonder chemische gewasbescherming. En tot nog toe lukt ons dat!